Stichting PIV



PIV-deelnemers, bent u ingelogd op het
Kennisnet? U kunt dat hierboven zien.

  • Jurisprudentie

    Hof: blootstelling aan asbest ná 1979 niet bewezen, voor periode vóór 1979 beroep op verjaring niet onaanvaardbaar

    Hof Den Bosch | 27 mei 2014 | HD 200.110.667/02 | ongepubliceerd

    Asbest. Bij tussenarrest heeft het hof aan appellante (weduwe/erfgename) opgedragen te bewijzen dat de overleden werknemer tijdens zijn werkzaamheden bij werkgever na 1979 blootgesteld is geweest aan asbest. Het hof oordeelt dat appellante niet is geslaagd in bewijslevering; slechts één getuige heeft een verklaring heeft afgelegd over de periode na 1979. Deze verklaring is echter te vaag en innerlijk tegenstrijdig. Ten aanzien van de periode vóór 1979 komt het hof aan de hand van de gezichtspuntencatalogus, ontleend aan HR 28 april 2000 (Van Hese/De Schelde), tot het oordeel dat het beroep van de werkgever op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Alle gezichtspunten, behalve gezichtspunt g, vallen in meer of mindere mate in het voordeel uit van werkgever. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Hof: ongevallenverzekering, die alleen uitkeert bij b.i. of overlijden, is geen behoorlijke verzekering

    Hof Den Bosch | 22 juli 2014 | ECLI:NL:GHSHE:2014:2215 | HD 200.113.545_01

    Werknemer – taxichauffeu r- loopt letsel op bij verkeersongeval. Werkgever heeft voor haar werknemers twee ongevallenverzekeringen (sommenverzekeringen) afgesloten. Het hof oordeelt dat de werkgever niet aan haar verplichting heeft voldaan om zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering. De twee afgesloten ongevallenverzekeringen, die alleen uitkeren in geval van blijvende invaliditeit of overlijden, acht het hof te beperkt. Gelet op de jurisprudentie over dit onderwerp mag aangenomen worden dat de - ook in 2008 - heersende maatschappelijke opvatting is dat door werkgever voor werkneemster als taxichauffeur een verzekering afgesloten had behoren te worden die de door haar ten gevolge van het ongeval geleden schade dekt. Het feit dat in de CAO Taxivervoer is bepaald dat de werkgever verplicht is om een collectieve ongevallenverzekering af te sluiten, brengt naar het oordeel van het hof niet mee dat de zorgplicht van de werkgever daartoe beperkt is. Diverse schadeposten komen aan de orde. Lees verder

  • Vaknieuws

    Stroomschema helpt patiënten helpt met klacht

    Verbond van Verzekeraars | VKIG | 28 juli 2014

    Stroomschema helpt patiënten helpt met klacht Patiënten die ontevreden zijn over de zorgverlening kunnen vanaf nu gebruik maken van het 'stroomschema klachtmogelijkheden'. Dit schema biedt een overzicht van de manieren waarop de patiënt werk kan maken van zijn klacht. Het schema is een initiatief van de Vereniging van Klachtenfunctionarissen in Instellingen voor Gezondheidszorg, VKIG, en medische aansprakelijkheidsverzekeraars Centramed en MediRisk. De partijen werkten nauw samen met koepels van patiënten, belangenbehartigers en zorgverleners. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Hof: werkgever niet aansprakelijk ex 6:170/171 BW voor oogletsel benadeelde

    Hof Den Haag | 22 juli 2014 | ECLI:NL:GHDHA:2014:2362 | 200.123.834

    Benadeelde stelt dat hij zijn auto bij de garage heeft gebracht en dat een medewerker van de garage met een hamer op de band geslagen heeft, waarbij een ijzerdeeltje van de band in zijn oog sprong. Hij stelt de medewerker aansprakelijk ex art 6:170/171 BW. De garagemedewerker stelt benadeelde geen auto bij de garage heeft gebracht en dat hij bij het verzamelen van oud ijzer door eigen toedoen oogletsel heeft opgelopen. Nu de toedracht van het ongeval niet is komen vast te staan, kunnen reeds daarom de vorderingen niet worden toegewezen. Maar ook als de toedracht van het ongeval zou zijn zoals door benadeelde gesteld, betekent dat nog niet dat de medewerker aansprakelijk is voor zijn schade. De vraag of onrechtmatig is gehandeld dient te worden beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van het geval aan de hand van de criteria van het Kelderluikarrest. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Rb, deelgeschil: ziekenhuis aansprakelijk voor schade wegens terugvorderen bijstandsuitkering

    Rechtbank Zeeland-West-Brabant | 16 april 2014 | ECLI:NL:RBZWB:2014:4520 | CIV_273487_

    In het deelgeschil is de vraag aan de orde of sprake is van schade die door het aansprakelijke ziekenhuis moet worden vergoed als verzoekster haar WWb-uitkering verliest vanwege de door haar ontvangen schadevergoeding. 1. De rechtbank oordeelt dat de zaak zich leent voor een deelgeschilprocedure. De gemeente is weliswaar nog niet overgegaan tot terugvordering van de WWb-uitkering, maar de rechtbank acht de kans dat zij daartoe wel zal overgaan aanzienlijk, nu zulks ook strookt met de regelgeving op dit gebied. 2. De rechtbank is van oordeel dat indien verzoekster haar aanspraak op een WWb-uitkering (deels) verliest, zulks dient te worden aangemerkt als schade en dat die schade voor vergoeding door het ziekenhuis in aanmerking komt. Zij overweegt daartoe dat het gaat om het wegvallen van een uitkering, die is bedoeld om daarmee te voorzien in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Nu bij het wegvallen van de WWb-uitkering een bron voor het betalen van de dagelijkse kosten van levensonderhoud wegvalt zonder dat daarvoor een compensatie wordt betaald, moet dat wegvallen van de uitkering als schade worden gezien. De schade dient aan het ziekenhuis te worden toegerekend. Er is sprake van overtreding van een veiligheidsnorm, hetgeen ruime toerekening rechtvaardigt. 3. BGK: uurtarief € 200,- redelijk. 4. Kosten deelgeschil: € 3942,24. Lees verder

  • Jurisprudentie

    HR: WAM-schade met samenloop garage- en vervangende autoverzekeraar

    11 juli 2014 | ECLI:NL:HR:2014:1678

    Bij de beoordeling van de mate waarin verhaal tussen verzekeraars op de voet van art. 7:961 lid 3 BW mogelijk is moet acht geslagen worden op de verhouding tot de verzekerde. Van belang is of de aangesproken verzekeraar aan de regresnemende verzekeraar de uitsluitingen kan tegenwerpen die hij tegen zijn verzekerde kan inroepen. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Hof: € 2500,- smartengeld voor mishandeling door (ex-)partner

    Hof Den Bosch | 15 juli 2014 | ECLI:NL:GHSHE:2014:2164 | HD 200.141.281/01

    Benadeelde is meermaals door haar (in middels) ex-partner mishandeld. De mishandelingen vonden onder meer plaats in het huis van benadeelde. Als gevolg van de mishandelingen heeft benadeelde licht letsel in de vorm van blauwe plekken opgelopen. Het hof acht € 2500,- een billijke smartengeldvergoeding. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Rb, deelgeschil: bij bepaling smartengeld rekening houden met discussie in juridische wetenschap over verhoging bedragen

    Rechtbank Oost-Brabant | 14 juli 2014 | ECLI:NL:RBOBR:2014:4093 | C/01/273753 / EX RK 14-49

    Benadeelde verzoekt om het smartengeld na fout bij galblaasoperatie vast te stellen op € 25.000,-; benadeelde is 14 maanden a.o. geweest, blijvende klachten zijn: pijnaanvallen in buik, conditieverlies en littekenproblematiek. Verzekeraar acht smartengeldvergoeding van € 11.250,- (zonder voorbehoud) passend. 1. De rechtbank is van oordeel dat het enkel aansluiten bij een eerdere uitspraak in de smartengeldgids onvoldoende recht doet aan haar individuele geval. De rechtbank merkt op dat het doel van smartengeld is om smart te compenseren. Wil smartengeld deze compenserende functie behouden, dan is naar het oordeel van de rechtbank nodig om bij de begroting daarvan tevens acht te slaan op de maatschappelijke constellatie waarin een en ander plaatsvindt. De rechtbank wijst in dit verband op de discussie die al enige tijd gaande is in de juridische wetenschap en (letselschade-) praktijk. In de literatuur wordt gewezen op maatschappelijke ontwikkelingen die een verhoging van de toe te kennen smartengeldbedragen rechtvaardigen (o.a. groei economie, het feit dat in ons omringende landen significant hogere bedragen worden toegekend.). De rechtbank komt op een smartengeld van € 20.000,-. 2. Kosten deelgeschil: uurtarief € 295,-/€ 300,- bovenmatig; gematigd tot € 225,- per uur. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Hof: werkgever niet aansprakelijk voor val docente over scheerlijn op kampeerboerderij

    Hof Den Bosch | 22 juli 2014 | ECLI:NL:GHSHE:2014:2208 | HD 200.109.468_01

    Werknemer - docente bij ROC - struikelt tijdens introductiekamp op kampeerboerderij over scheerlijn tent en loopt letsel op. Het hof oordeelt, evenals de kantonrechter, dat de werkgever haar zorgplicht ex art 7:658 BW niet heeft geschonden. ROC heeft maatregelen getroffen om de kans op verwezenlijking van het gevaar van struikelen over de scheerlijn van de tent ’s avonds of ’s nachts in het donker verkleinen. Zij heeft zaklampen ter beschikking gesteld. Niet gebleken is dat er te weinig zaklampen waren. Van ROC kon in redelijkheid niet worden gevergd dat zij er toezicht op hield dat werknemer op het bewuste moment alert(er) zou zijn op de aanwezigheid van de scheerlijnen of dat zij gebruik zou maken van een van de ter beschikking gestelde zaklampen. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Hof: ongeval tijdens paardrijles, deel schade voor eigen rekening na toerekening omstandigheden?

    Hof Arnhem-Leeuwarden | 15 juli 2014 | ECLI:NL:GHARL:2014:5670 | 200.118.662/01

    Vrouw valt tijdens paardrijles in manege van paard en loopt hoge dwarslaesie op. Niet ter discussie staat dat de manege aansprakelijk is ex art 6:179 BW. In de procedure is aan de orde of een deel van de schade voor rekening van benadeelde moet blijven (art 6:101 BW). Het hof verwijst naar HR 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7010, waaruit volgt dat wanneer noch de benadeelde noch de eigenaar onzorgvuldigheid te verwijten is in de regel het onberekenbare gedrag van het paard onder omstandigheden aan de berijder kan worden toegerekend. Het percentage is niet standaard 50%, maar afhankelijk van de omstandigheden. Het hof bespreekt een aantal omstandigheden (leeftijd benadeelde, benadeelde vroeg zelf om dit paard, onvoldoende diploma’s instructrice etc.), maar komt nog niet tot een eindoordeel. Het hof draagt de manege op te bewijzen dat het ongeval was te wijten aan een verkeerde houding van benadeelde en aan benadeelde om omstandigheden rond de paardrijles te bewijzen (baan niet vlak, chaotische omstandigheden). Lees verder

  • Jurisprudentie

    Rb, deelgeschilprocedure niet geschikt voor beslechting complex geschil over lozen afvalstoffen

    Rechtbank Amsterdam | 10 juli 2014 | ECLI:NL:RBAMS:2014:4063 | C-13-561110 - HA RK 14-69

    Deelgeschil over schade als gevolg van lozen afvalstoffen afkomstig van schip; het verzoek is ingediend door Stichting die optreedt namens slachtoffers. De rechtbank wijst het verzoek af, omdat het verzoek voldoet niet aan de daaraan door de wet gestelde eisen. De charteraar van het schip heeft bij herhaling aangegeven niet bereid te zijn tot het starten van onderhandelingen over de vorderingen van de Stichting. Van een impasse in onderhandelingen is dus geen sprake, zodat zich ook niet de situatie kan voordoen dat de beslissing op het verzoek kan bijdragen aan het doorbreken van die impasse. Het betreft niet een deel maar het gehele geschil. Het geschil is zeer omvangrijk. Beslechting van het geschil vergt een aanzienlijke investering in tijd, moeite en geld. Voor benoeming van deskundigen als verzocht is in deelgeschilprocedure geen plaats. Kosten deelgeschil afgewezen. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Rb: deelgeschilprocedure levert onvoldoende bijdrage aan oplossing gehele geschil, verzoek afgewezen

    Rechtbank Den Haag | 27 mei 2014 | ECLI:NL:RBDHA:2014:8142 | 2457070 RP VERZ 13-50699

    Arbeidsongeval waarbij werkneemster schouderletsel heeft opgelopen. Zij verzoekt de rechtbank te beslissen over de redelijke toekomstverwachting zonder ongeval in het kader van het verlies van arbeidsvermogen. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat partijen nog over een groot aantal geschilpunten geen overeenstemming hebben bereikt, zoals over de vraag of de huidige fysieke toestand van benadeelde volledig is toe te schrijven aan het ongeval, of een eindtoestand is bereikt en over de huidige verdiencapaciteit van benadeelde. Onder deze omstandigheden biedt een oordeel in dit deelgeschil een onvoldoende relevante bijdrage aan de oplossing van het gehele geschil en het daarmee samenhangende bereiken van een vaststellingsovereenkomst. Verzoek afgewezen, kosten deelgeschil gematigd tot € 2.299,51. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Rb: deelgeschilprocedure niet bedoeld om gehele resterende geschil te beslechten, verzoek en kosten afgewezen

    Rechtbank Rotterdam | 16 juli 2014 | ECLI:NL:RBROT:2014:5443 | C-10-448331 - HA RK 14-277

    Whiplash, psychische klachten. Benadeelde verzoekt in deelgeschilprocedure om verklaring voor recht dat psychiatrisch expertiserapport bindend is en dat causaal verband bestaat tussen lichamelijke en psychische klachten en het ongeval. Daarnaast verzoekt zij om een voorschot van € 344.000,- ter zake van geleden schade, een voorschot van € 25.000,- aan immateriële schade i.v.m. observatieonderzoek en 60.661,90 aan BGK. De rechtbank wijst het verzoek af, aangezien de deelgeschilprocedure niet is bedoeld om in wezen het gehele resterende geschil tussen partijen te beslechten. Kosten deelgeschil afgewezen, nu het verzoek als volstrekt onterecht dient te worden aangemerkt. Lees verder

  • Vaknieuws

    Eén op 15 werknemers heeft arbeidsongeval

    Centr. Bureau voor Statistiek | 22 juli 2014

    Eén op 15 werknemers heeft arbeidsongeval In 2013 liepen 458 duizend werknemers lichamelijk letsel of geestelijke schade op door een ongeval tijdens het werk. Dat komt overeen met 1 op de 15 werknemers in Nederland. Bijna de helft van de slachtoffers verzuimde hierdoor één dag of langer. De meeste arbeidsongevallen deden zich voor in de horeca. Ongeveer 70 procent van de werknemers met een arbeidsongeval liep lichamelijk letsel op, zoals een wond, botbreuk, verstuiking of verbranding. Ruim 20 procent liep uitsluitend geestelijke schade op, zoals psychische schade door bedreiging of agressief gedrag. Lees verder

  • Jurisprudentie

    Hof: geen no cure no pay-vergoeding voor belangenbehartiger na inschakelen advocaat voor procedure

    Overig, Hof Den Bosch | 15 juli 2014 | ECLI:NL:GHSHE:2014:2152 | HD 200.117.250_01

    Belangenbehartiger heeft met cliënt overeenkomst op basis van ‘no cure no pay’ gesloten in een conflict met een AOV-verzekeraar. De cliënt schakelt op advies van de belangenbehartiger zelf een advocaat in om te procederen; de AOV-verzekeraar wordt in de procedure veroordeeld tot betaling van € 163.000; de belangenbehartiger vordert een succes fee van € 33.558. De rechtbank heeft belangenbehartiger opgedragen te bewijzen dat bij het sluiten van de overeenkomst tussen partijen is afgesproken dat een gerechtelijke procedure zo nodig door een ander dan belangenbehartiger gevoerd zou (kunnen) worden. De rechtbank achtte belangenbehartiger niet in het bewijs geslaagd. Het hof bevestigt deze uitspraak. De betekenis van een omstreden overeenkomst moet door de rechter worden vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en van hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit de tekst van de machtiging en de verklaringen kan naar het oordeel van het hof niet de ruime uitleg die belangenbehartiger voorstaat worden afgeleid, zodat het op de weg van belangenbehartiger lag om nader bewijs te leveren. Dit bewijs is niet geleverd. Lees verder

Convenanten BGK