Stichting PIV

Home/Zoeken

Resultaat: 1 t/m 5 van totaal 257 Toon resulaten: Sortering:

Zoekresultaten

  • HR: Verkeersaansprakelijkheid. Aanrijding tussen twee automobilisten op een kruising, niet vaststaat wie door rood reed

    Hoge Raad | 08 juli 2012 | BP6996 | 09/02407

    Bij de beantwoording van de vraag of in een geval als het onderhavige de ene automobilist aansprakelijk is tegenover de andere, dient te worden uitgegaan van de veronderstelling dat de aansprakelijk gestelde automobilist door groen licht is gereden. Vervolgens is van belang of gedaagde onmiddellijk voor de aanrijding gevaarzettend heeft gehandeld en daardoor een situatie in het leven heeft geroepen waarin de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat handelen zo groot was dat hij zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden. Indien op grond van de hiervoor bedoelde afweging moet worden geoordeeld dat gedaagde aansprakelijk is tegenover eiser voor de door deze als gevolg van de aanrijding geleden schade, kan vervolgens de vraag aan de orde komen of de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde/eiser kan worden toegerekend als bedoeld in art. 6:101 BW. Bij de beantwoording van die vraag moet eveneens ten aanzien van eiser ervan worden uitgegaan dat deze door groen licht is gereden. Voor beide partijen geldt daarom dat de gevolgen van het ongeval slechts voor hun rekening komen voor zover zij, bij het (hypothetische) uitgangspunt dat zij door groen licht zijn gereden, verkeersgedrag hebben vertoond dat die toerekening wettigt.

    Lees meer
  • Hof: verjaring uit art. 7:942 BW ondanks verkorting termijn niet in strijd met redelijkheid

    Hof Amsterdam | 21 juni 2012 | BR2125 | 200.061.577

    De gevorderde verklaring voor recht betreft geen rechtsvordering tot het doen van een uitkering maar ziet toe op nakoming van de verplichting tot uitkering op grond van de polis. Daarmee kan men echter de verjaringsregeling in art. 7:942 BW niet omzeilen. De advocaat van de AOV-verzekerde stuitte met de stuitingsbrief van 29 april 2004 de verjaring voor vijf jaar. Op 1 januari 2006 trad het nieuwe verzekeringsrecht in werking. Volgens art. 73 Ow bleven de oude verjaringsregelen nog tot 2007 toepasselijk, waarna de termijn van art. 3:317 lid 1 BW verkort werd tot drie jaar, art. 7:942 BW. De verjaring was voltooid op 30 april 2007. De bewijslast van de ontvangst van een tussentijdse brief ligt volgens de hoofdregel van art. 150 Rv op degene die zich daarop beroept. Wil de stuitingsbrief werking jegens ASR hebben, dan dient deze brief ASR ook te hebben bereikt. Het bewijsaanbod dat de brief is verstuurd is niet ter zake doende omdat met verzending ontvangst niet vaststaat. Verzekeraar behoefde niet met een ondubbelzinnige afwijzing en verwijzing naar het verjaren te reageren na 29-4-2004 omdat het nieuwe recht nog niet van toepassing was. De nakomingsvordering van de maandelijkse uitkeringen is gegrond op de arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2001 zodat niet art. 3:308 BW geldt maar art. 7:942 BW. Een beroep op strijdigheid met de redelijkheid ivm art. 75 Ow is zonder gevolg. Betrokkene was rechtskundig vertegenwoordigd en het voltooien van verjaring kende een uitsteljaar.

    Lees meer
  • Leergang Middelzwaar letsel: Korting van € 200 bij inschrijving voor 1 juni 2012

    OSR Jur. Opleidingen | 15 mei 2012

    Bij voldoende aanmeldingen gaat op 11 september 2012 de leergang Middelzwaar Letsel weer van start. Op dit moment zijn er nog niet voldoende inschrijvingen ontvangen. Indien u zich inschrijft voor 1 juni 2012 dan levert dat een besparing op van € 200,00!

    Lees meer
  • WAD I of II

    PIV-bulletin | 14 mei 2012

    Lees meer
  • Persoonsgebonden budget

    PIV-bulletin | 14 mei 2012

    Lees meer